Veterinaire Ergonomie: een kwestie van lijfsbehoud!
In het kader van de activiteiten van de stuurgroep ‘Aanpak Arbeidsongeschiktheid’ is dit deel één in een serie van acht korte artikelen over de veterinaire ergonomie. In deze serie zullen de belangrijkste houdingsadviezen voor de praktiserende dierenarts worden toegelicht en onderbouwd aan de hand van de humane anatomie en fysiologie.

Een dierenarts houdt zijn rug recht.… (.... en tilt en bukt dus met een rechte rug zonder te draaien, zet de voeten enigszins uit elkaar en houdt de draaglast dicht tegen zich aan.)
Bezien vanuit de humane anatomie is dit een heel gunstige eigenschap. Consequent bukken en tillen met een rechte rug zal op de langere termijn rugleed kunnen voorkomen. Bouw en functie van de wervelkolom liggen hieraan ten grondslag.
Terwijl bij de meeste diersoorten de rug een soort brugfunctie heeft tussen voor- en achterhand en vooral kyfotisch gebogen is, brengen wij als mens de meeste tijd door balancerend op onze (achter)benen waardoor de brugfunctie van de rug verdwenen is (figuur 1). De bouw van de wervelkolom heeft zich aan deze veranderde functie aangepast en dat uit zich in een lordose van de lumbale wervelkolom. Hierdoor ontstaat tevens een schokdempend effect. De van nature holle rug kan door spierspanning nog holler worden, maar ook boller zoals wanneer we bukken met een ronde rug of in elkaar gezakt op een stoel zitten. Voor de tussenwervelschijven zijn deze houdingen erg belastend. Uit figuur 2 blijkt hoe verschillend de krachten op de tussenwervelschijven zijn naar gelang de houding waarin men zich bevindt. Denk hier eens aan wanneer je een zware hond op tafel tilt, wanneer je gebogen staat over een schaap of wanneer je een pododermatitis uitsnijdt bij een paard. Zeker wanneer je langdurig in dezelfde houding verkeert, is het van belang een bolle rug zoveel mogelijk te vermijden. Deze statische belasting zal een versnelde degeneratie van de tussenwervelschijf veroorzaken en de kans op een hernia vergroten. Voldoende (nacht)rust na zware arbeid is essentieel voor het herstel van de vochthuishouding in de kern van de tussenwervelschijf. Alleen dan kan deze zijn stabiliserende functie binnen de wervelkolom goed uitvoeren en wordt de kans op beschadiging verkleind.
Tillen vanuit een gehurkte positie is een alternatief voor het gebukt tillen, maar kan te belastend zijn voor heup- en kniegewrichten . Bij veelvuldig tillen is afwisseling tussen beide methodes aan te bevelen. In alle gevallen is het belangrijk de draaglast dicht tegen het lichaam te houden, zodat de zogenaamde draagarm (de afstand tussen de draaglast en het lichaam) zo klein mogelijk blijft.
Die ene keer dat je een minder goede houding inneemt, omdat het gewoon even niet anders kan, hoeft geen probleem te zijn. In alle andere gevallen is het in je eigen belang je rug recht te houden.
Madelon van Weeren – Bitterling, arbeidsfysiotherapeut en dierfysiotherapeut
