Arbocatalogus Dierenartsenpraktijken Welkom op de arbocatalogus voor de dierenartspraktijk › Risico's deze arbocatalogus › Fysieke belasting › Acht tips voor een betere werkhouding › Een dierenarts kent zijn niveau … en past zijn werkhoogte zoveel mogelijk aan opdat er gewerkt kan worden met een rechte rug

Een dierenarts kent zijn niveau … en past zijn werkhoogte zoveel mogelijk aan opdat er gewerkt kan worden met een rechte rug

Een dierenarts kent zijn niveau … en past zijn werkhoogte zoveel mogelijk aan opdat er gewerkt kan worden met een rechte rug

Hoe vaak overkomt het je niet dat je na een ingespannen bezigheid even voorzichtig rechtop moet gaan staan om je rug te strekken? Of je werkhoogte goed is, merk je vaak pas achteraf: rug-, nek- en schouderklachten kunnen het gevolg zijn van regelmatig een te hoog of te laag werkvlak.
Te laag
Indien het werkvlak te laag is, ben je gauw geneigd met een kromme rug te gaan staan (figuur 1). De van nature (enigszins) holle rug wordt bol gemaakt waardoor de tussenwervelschijven onder grote druk komen te staan (zie ook deel I van deze serie). Omdat deze houding erg belastend is voor de onderrug, zeker wanneer je langere tijd in deze houding staat, moet je hem zo veel mogelijk voorkomen. Let er ook op dat de nek niet teveel wordt gebogen of gestrekt (tot 25 graden buigen en strekken is nog acceptabel).
Breng een te laag werkvlak omhoog: maak goed gebruik van de hoog-laagtafel, zet een te lage werkbank op klossen. Indien dit niet mogelijk is, zet dan de voeten verder uit elkaar en ‘zak’ wat door de knieën (dit vergt wel veel spierkracht en uithoudingsvermogen tijdens een statische belasting). Het is beter om gebruik te maken van een zogenoemde stasteun (de benen worden zo met 60 procent van het lichaamsgewicht ontlast) of om te gaan zitten (figuur 2).

 

Te hoog
Wanneer je werkveld te hoog is, bijvoorbeeld bij een te hoge tafel, maar ook bij een hoge paardenrug, ben je gauw geneigd de schouders op te trekken. Ditzelfde zie je bij mensen die heel geconcentreerd aan het werk zijn, maar je kunt het ook zien bij mensen die onder grote druk werken of gespannen of onzeker zijn. Ook kan het een gewoontehouding worden, bijvoorbeeld tijdens computerwerkzaamheden.
Als je voortdurend de schouder- en nekmusculatuur (M. trapezius, M. levator scapulae) aanspant, vermindert de doorbloeding van de spieren en ontstaat er een hypertonie. Nekklachten en hoofdpijnklachten kunnen daarvan het gevolg zijn, evenals een brandende, zeurende pijn tussen de schouderbladen. Irritatie van de plexus brachialis door hypertonische musculatuur is in combinatie met ongunstige werkzaamheden vaak het begin van RSI-problematiek.
Blijf je dus voortdurend bewust van de positie van je schouders: plak een 'reminder' op je beeldscherm en vraag je assistent(e) om je tijdens operaties en spreekuren te waarschuwen wanneer je (onwillekeurig) een verkeerde houding aanneemt. Doe tijdens inspannende werkzaamheden of langdurig computerwerk regelmatig een kleine oefening om je bewust te blijven van je houding: duw je schouders actief naar beneden, trek ze daarna helemaal omhoog en laat ze vervolgens ontspannen ‘vallen’.
Ondersteuning van de armen (armleuning van de bureaustoel op de goede hoogte afstellen!) vermindert de neiging je schouders op te trekken en ontlast tevens je onderrug. Denk hier ook eens aan tijdens werkzaamheden als opereren of gebitsbehandeling bij gezelschapsdieren.
Afgedrukt op 15-9-2026 ·

Terug naar de pagina