Arbocatalogus Dierenartsenpraktijken Welkom op de arbocatalogus voor de dierenartspraktijk › Risico's deze arbocatalogus › Zwangerschap › Gevaarlijke stoffen › Opstellen van een incidentenprotocol

Opstellen van een incidentenprotocol

Opstellen van een incidentenprotocol

Legenda

Groen, acceptabel, werk uitvoerbaar met evt. reguliere maatregelen

Oranje, risico beheersbaar indien aanvullende kritische maatregelen worden opgevolgd

 Rood, niet acceptabel, werkzaamheden niet uitvoeren
 

No

Werkzame stof

Kinderwens

Zwangerschap

Borstvoeding

Aanvullende opmerkingen en maatregelen voor zwangeren

A.

Diergeneesmiddelen

 

Blootstelling treedt op bij bereiden en toedienen van diergeneesmiddelen en de omgang met uitscheidingsproducten van dieren die met geneesmiddelen behandeld worden. Blootstelling vindt plaats via de mond, longen of huid.

De risico’s zijn afhankelijk van de werkzame stof, de dosering, frequentie van blootstelling en de wijze van toediening. Tegenwoordig is er weinig contact meer met de middelen door vernieuwingen in verpakkingen: blisterverpakking, pillenschieter. Het verstrekken van verpakte middelen voor oraal gebruik met bijsluiter levert geen risico.

Een risicovolle handeling is het toedienen van een injectie. Tijdens deze handeling kan zelfinjectie optreden. Dergelijke incidenten komen echter niet vaak voor en de dosis is veelal beperkt. Advies: gebruik handschoenen om direkt contact met de huid te vermijden.

Voor een lijst met diergeneesmiddelen met daarin de werkzame stof zie:

www.diergeneesmiddeleninformatiebank.nl/nl/

1.

Cytostatica

1. In KNMvD informatieblad Cytostatica en cytotoxische stoffen staan richtlijnen voor omgang met cytostatica in de dierenartsenpraktijk.
2. Niet toepassen, kans op prikincident met zelfinjectie bij toedienen injectie.
3. Aandachtspunt: patiënten die behandeld zijn met cytostatica: borgen dat werk veilig kan worden uitgevoerd.
4. Verstrekken verpakte middelen voor oraal gebruik met bijsluiter levert geen risico.
 
2.
 

Prostaglandines

Toepassing in landbouwhuisdierenpraktijk op lokatie. Bij prik- of morsincident (stoffen kunnen door de huid) kans op abortus. Bijvoorkeur niet toepassen.

 3.
 

Corticosteroïden

Risico over het algemeen aanvaardbaar.

Raadpleeg bijsluiter voor uitzondering van individuele stoffen.

 4.
 

Hormonen overig

Risico over het algemeen aanvaardbaar.

Raadpleeg bijsluiter voor uitzondering van individuele stoffen; voor insuline bijvoorbeeld niet van toepassing.

 5.
 

Formaline

Dit is een weefsel preparatievloeistof (Formaldehyde 37%). ‘Kant-en-klaar’ containers toepassen.

 6.
 

Jodium

Contrastvloeistof; desinfectie wond bij prikincident. Niet toepassen in grote hoeveelheden. Huidopname mogelijk bij desinfectie van wonden (beschadigde huid).

B.

Anesthesiegassen

 

 

 

 

 

Dierenartspraktijken maken bij operaties gebruik van narcosegassen, ofwel inhalatieanesthetica. Aan het einde van de twintigste eeuw werden als gevolg van beroepsmatige blootstelling schadelijke effecten bekend, zoals levernecrose door halothaan, (spontane) abortus door lachgas en aangeboren afwijkingen bij nakomelingen door lachgas en halothaan. Tegenwoordig gebruikt men vooral isofluraan. Halothaan wordt niet meer toegepast omdat het niet mogelijk is dit gas op een verantwoorde wijze te gebruiken. Lachgas wordt nog maar zeer beperkt toegepast. In KNMvD informatieblad Anesthesiologie staan richtlijnen voor veilig toepassen van narcosegassen en het veilig gebruik en beheer van de apparatuur.
Intraveneuze anaesthesie (IVA) is een goed alternatief (bronmaatregel). Aandachtspunten zijn:
1. toepassen IVA bij instabiele dieren; veelal eerder een beademing noodzakelijk; een beademingsapparaat moet aanwezig zijn
2. training en instructie: kennis en vaardigheden van werknemers in uitvoeren IVA
3. risico van zelf-injectie
4. relatief hogere kosten IVA, e.e.a afhankelijk van toegepast middel

7.

Isofluraan

1. Toepassen mits voldaan aan eisen genoemd in informatieblad zoals bijvoorbeeld een gesloten systeem en afzuiging uitgeademde restgassen.
Bron: Rapport Gezondheidsraad isofluraan 2002.
 

8.

Lachgas

1. Niet toepassen

C.

Reinigings- en desinfectiemiddelen

 

 

Dit kunnen zijn o.a. huiddesinfectantia voor persoonlijke hygiëne, desinfectiemiddelen voor oppervlakken en materialen in dierenartspraktijken en in dierverblijfplaatsen. 

Daarnaast kunnen desinfectiemiddelen worden gebruikt om specifieke medische hulpmiddelen te desinfecteren of als geneesmiddel, bijvoorbeeld middelen voor wonddesinfectie.

Deze middelen leveren over het algemeen geen extra risico op voor de zwangere werkneemster.

9.

Glutaaraldehyde

 

10.

Alcohol

1. Gebruik toegestaan bij toepassen in kleine hoeveelheden;

2. Voor huiddesinfectie gebruik alternatief isopropanol
 

11.

Chloortabletten

 

Afgedrukt op 15-9-2026 · Zwangerschap

Terug naar de pagina