Risicobeschrijving:
Studenten of startende dierenartsen concentreren zich vaak zo sterk op de handelingen die ze moeten verrichten dat ze minder alert zijn op de eventuele risico’s (denk aan schoppen van een koe, krabben van een kat etc.).
Jonge, net startende dierenartsen ervaren onzekerheid. Fouten maken in het eerste jaar kan leiden tot een schuldgevoel. Blijf hiermee niet rondlopen en maak het bespreekbaar. Het is belangrijk als startende dierenarts vragen te stellen en je daar niet dom bij te voelen. De meeste dierenartsen hebben het vak vooral in de praktijk onder de knie gekregen.
Elke dierenarts komt in het eerste jaar wel een ‘spannend moment’ tegen, waarbij je het gevoel hebt in het diepe te springen. Bespreek dan je aanpak met een ervaren dierenarts/paraveterinair (dat kan ook telefonisch, óók onderweg naar een spoedgeval). Zorg dat er altijd een achterwacht aanwezig is en neem desnoods opnieuw contact op als je onzeker bent over je aanpak, omdat de situatie toch anders uitpakt dan je dacht. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om een eigenaar van een dier dat in paniek raakt.
Reageer pro-actief op vervelende situaties. Ga eventueel even bij eigenaren langs na een vervelende gebeurtenis en vraag zelf steun bij een collega.
De kans dat een startende dierenarts zichzelf druk oplegt, is aanwezig gedurende de eerste jaren, de periode waarin ook het zoeken naar een balans tussen privé en werk valt.
Het is ook belangrijk om de ruimte te vragen om te leren en hierbij steun te zoeken van een dierenarts met ervaring. Dit kan ook iemand zijn uit je netwerk. Het is ook aan te raden na het eerste jaar met een begeleider en ex-studiegenoten het eerste jaar te evalueren.
Oplossingen - voorkomen:
- Zorg voor steun van een ervaren collega.
- Zorg voor een bedrijfscultuur waar ruimte is voor het maken van fouten.
- Zorg voor een sparringpartner en leer van elkaar door te sparren.
- Maak competenties eigen die bijdragen aan het kunnen omgaan met werkdruk: besluitvaardigheid, aansluiting vinden met de klant, bespreekbaar maken van zaken of lastige kwesties met de klant (adviesvaardigheden en communicatievaardigheden).
- Zorg bij onder andere spoedgevallen of spannende handelingen voor ondersteuning van een ervaren dierenarts/paraveterinair (telefonische bereikbaarheid afspreken).
- Zorg voor duidelijkheid over tarieven. Daarmee voorkom je discussie over de prijs van de behandeling. Dit kan bijvoorbeeld met tarievenlijsten. Spreek af wie beslissingen mag nemen over de prijs. Tip: stuur of geef direct een rekening met een specificatie aan de klant.
- Tip: geef waar mogelijk voordat de behandeling aanvangt een reële kostenraming en overleg met de eigenaar van het dier.
- Pas intervisie toe na het eerste werkjaar, samen met collega’s.
Oplossingen – genezen
Dierenartsen die werkdruk ervaren gedurende de eerste vijf jaar, kunnen prima functioneren. Het wordt een probleem wanneer de werkdruk te hoog wordt en zij zich gehinderd voelen in hun beroepsuitoefening en misschien zelfs overwegen uit het vak te stappen. Zonder ingrijpen kan dit leiden tot overspannenheid, 'burn-out', kans op ongevallen (onder andere in het verkeer) en dus uitval. Belangrijk bij de aanpak van werkdruk in de eerste vijf jaar is een goede begeleiding. Deze richt zich op maatregelen om de ervaren werkdruk te verminderen. Het gaat om een combinatie van de eerder genoemde preventieve maatregelen en persoonlijke (psychische) begeleiding. Naast begeleiding moet u de oorzaak van het probleem op de werkplek zelf aanpakken. Besteed ook in de RI&E aandacht aan deze zaken.
Risico: uitval, ziekteverzuim, burn-out, overspannenheid, verminderd functioneren
Functiegroep: eigenaar dierenartspraktijk, dierenartsen