Gevaarlijke stoffen
Gevaarlijke stoffen

Voor werknemers met een kinderwens, zwangere werkneemsters en werkneemsters die borstvoeding geven, kan blootstelling aan bepaalde stoffen een extra gevaar vormen. De ongeboren vrucht is vooral in de eerste periode extra kwetsbaar voor blootstelling. Hierdoor kunnen afwijkingen in de vrucht ontstaan of kan de zwangerschap helemaal uitblijven.
Daarom is er alle reden om ook vóór het moment waarop zwangerschappen normaal gesproken worden gemeld, zorgvuldig met stoffen om te gaan en de zwangerschap eerder dan gebruikelijk te melden.
Er zijn stoffen die schade kunnen toebrengen aan de vruchtbaarheid, de ei- en zaadcellen, het (ongeboren) kind, de zwangerschap of die via de borstvoeding de zuigeling kunnen bereiken.
Drie groepen stoffen zijn in dit verband van belang:
1. Mutagene stoffen
Dit zijn stoffen met een genotoxische werking. 'Genotoxisch' betekent dat de stof veranderingen aan het genetisch materiaal van cellen (overal in het lichaam) veroorzaakt. De cellen gaan dood of veroorzaken kanker.
Er kan geen veilig blootstellingsniveau voor deze stoffen worden vastgesteld. Zwangere werkneemsters mogen hier niet mee werken.
2. Kankerverwekkende stoffen.
Het werkingsmechanisme van deze stoffen is afhankelijk van de precieze stof. De meeste kankerverwekkende stoffen hebben een genotoxische werking. Er is dan geen veilig blootstellingsniveau voor deze stoffen vast te stellen en zwangere werkneemsters mogen hier niet mee werken.
Er zijn ook kankerverwekkende stoffen met een niet genotoxische werking. Dat wil zeggen dat het risico afhankelijk is van de mate van blootstelling en dat er een veilige grenswaarde kan worden vastgesteld. Voor een zwangere geldt dan een blootstelling tot maximaal de grenswaarde, bij voorkeur zo ver mogelijk eronder.
3. Voor de voortplanting giftige stoffen (oftewel reproductietoxische stoffen).
Dit zijn stoffen met een niet genotoxische werking. Ook hiervoor geldt een blootstelling tot maximaal de grenswaarde, bij voorkeur zo ver mogelijk eronder.
Hoe kun je deze stoffen herkennen?
Een leverancier van stoffen moet de gebruiker op de hoogte stellen van de gevaren van deze stoffen door ondermeer veiligheidsetikettering met gevaarsymbolen en gevarenaanduidingen aan te brengen (H-zinnen – Hazard). De gebruiker kan direct op het etiket zien of een stof het ongeboren kind kan schaden. www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/gevaarlijke-stoffen/etiketten-gevaarlijke-stoffen
In de Arbowet- en regelgeving zijn niet limitatieve lijsten van stoffen opgenomen die in Nederland als kankerverwekkend of reproductietoxisch bekend staan. Voor deze stoffen is in Nederland een aanvullende registratieplicht van toepassing. Hierdoor heeft iedere praktijk een overzicht om welke stoffen het gaat en blijkt of zwangere werknemers mogelijk aan dergelijke stoffen worden blootgesteld. Voor kankerverwekkende en mutagene stoffen moet tevens een lijst van blootgestelde werknemers worden bijgehouden.
Voor diergeneesmiddelen geldt deze etiketteringsplicht om gebruikers te informeren niet. Hierbij gaat men er in principe van uit dat alle diergeneesmiddelen bij een hoge dosis schadelijke effecten kunnen veroorzaken, onafhankelijk van welke specifieke toxicologische eigenschappen een middel heeft. Eventueel kan de bijsluiter, een diergeneeskundig repertorium of humaan farmacotherapeutisch kompas worden geraadpleegd voor nadere informatie over de effecten.
Stoffen die een risico vormen voor, tijdens en na zwangerschap: www.arboportaal.nl/externe-bronnen/wetgeving/lijst-van-kankerverwekkende-mutagene-en-voor-de-voortplanting-giftige-stoffen
- Aandachtspunt: al dan niet uitvoeren van bereikbaarheidsdiensten. Tijdens het toedienen van geneesmiddelen als cystostatica en prostaglandines kan een prik- of morsincident optreden.
- Aandachtspunt: al dan niet uitvoeren van werkzaamheden in de operatiekamer. Tijdens gebruik van anesthetica of het toedienen van geneesmiddelen zoals cytostatica kan blootstelling plaatsvinden.
- Aandachtspunt: een deel van het geneesmiddel verlaat het huisdier uiteindelijk via de ontlasting, urine, speeksel, zweet of braaksel. Vrouwen die zwanger zijn, zwanger willen worden of borstvoeding geven, dienen extra voorzichtig te zijn. Gedurende de behandeling dient direct contact met het huisdier zoveel mogelijk te worden vermeden. Neem bij de verwijdering van ontlasting, urine, bloed of braaksel speciale voorzorgsmaatregelen. Zo is het verstandig wegwerphandschoenen te dragen en gebruik te maken van wegwerpkeukenpapier en achteraf zorgvuldig je handen te wassen.
- KNMvD Cytostatica en cytotoxische stoffen. www.knmvd.nl/app/uploads/2017/10/KNMvD-informatieblad-cytostatica.pdf
- KNMvD Arbo Anesthesiologie: www.knmvd.nl/app/uploads/2017/10/KNMvD-informatieblad-anesthesiologie.pdf
- Hygiene en biosecurity in de dierenartspraktijk, uitgave van het diergeneeskundig memorandum: www.knmvd.nl/hygiene-en-biosecurity-in-dierenartsenpraktijken/
- www.farmacotherapeutischkompas.nl
- www.zelfinspectie.nl/zelfinspecties/werken-met-gevaarlijke-stoffen
- Aanvullende registratieplicht reproductietoxische stoffen: zie Arbobesluit art. 4.2a; Aanvullende registratieplicht kankerverwekkende en mutagene stoffen: zie Arbobesluit art. 4.13 en 4.15: wetten.overheid.nl/BWBR0008498/2021-01-01#Hoofdstuk4
