Naar de inhoud
KNMvD

Arbocatalogus Dierenartsenpraktijken

Werkdruk na vijf jaar als dierenarts

Werkdruk na vijf jaar als dierenarts

Risicobeschrijving:
 
Tijdens deze fase van de carrière van de dierenarts komen aspecten aan de orde als leren delegeren, begeleiden van (assistent)dierenartsen, keuzes maken over een eigen praktijk, specialisatie et cetera. De dierenartsen ervaren dat loslaten en delegeren lastig kunnen zijn. Daarnaast speelt personeelsmanagement een belangrijke rol. Als dierenarts heb je meestal geen managementachtergrond of -opleiding. Bij (personeels)management spelen daarom nieuwe aspecten een rol: functioneringsgesprekken, planning, verzuim, protocollen, roosters, financiën, et cetera.
De dierenartsen geven aan dat de volgende normen en waarden bijdragen aan de manier waarop de praktijk  kan worden aangestuurd: bespreekbaar maken van afspraken die onderling zijn gemaakt en niet zijn nagekomen, ruimte geven aan medewerkers om hun mening te geven, ruimte geven aan medewerkers om naast de basistaken ook een speciale taak op te pakken (denk aan arbo, planning, labonderhoud, badges röntgen), samenwerking tussen alle medewerkers en dierenartsen. Na verloop van jaren bestaat het risico dat je uitgekeken kan raken op het vakgebied. Daardoor kan het gevoel ontstaan vast te lopen.
 
Preventieve maatregelen:
  • Stop energie in klanten en eigenaren van dieren, waarmee de klik en gewenste samenwerking aanwezig is.
  • Blijf assertief: mondigheid naar klanten over bijvoorbeeld het vastzetten van koeien of het gebruiken van hulpmiddelen, zodat het fysiek ook prettiger is om te werken.
  • Zorg voor de aanstelling van personeel met de volgende basisvaardigheden: respect voor verschillen, elkaar in de waarde laten, relativeren en humor.
  • Leer vertrouwen op (des)kundigheid van paraveterinairen en collega dierenartsen.
  • Leer ruimte te geven aan junior dierenartsen en leer terugkijken op de eigen eerste jaren van werkervaring.
  • Overweeg taken uit te besteden en neem indien de praktijk groeit een teamleider met managementvaardigheden aan. Je hebt immers zelf gekozen voor het dierenartsvak en niet voor het management. Vraag jezelf in alle openheid af of je energie krijgt van managementtaken of dat het juist energie kost.
  • Tip: kies een specialisatie (om je carrièrepad verder te ontwikkelen): blijf bijvoorbeeld ook algemeen maatschappelijk actief of blijf jezelf ontwikkelen op het gebied van vaardigheden in de politiek, werknemer/werkgeversverenigingen et cetera.
Curatieve maatregelen:
 
Dierenartsen die na de eerste vijf jaar werkdruk ervaren kunnen prima blijven functioneren. Het wordt een probleem wanneer de werkdruk te hoog wordt en zij zich gehinderd voelen in hun beroepsuitoefening en overwegen om uit het vak te stappen. Zonder ingrijpen kan dit leiden tot overspannenheid, 'burn-out', kans op ongevallen (onder andere in het verkeer) en dus uitval. Belangrijk bij de aanpak van werkdruk na de eerste vijf jaar is een goede begeleiding. Deze richt zich op maatregelen om de ervaren werkdruk te verminderen. Het gaat om een combinatie van de eerder genoemde preventieve maatregelen en persoonlijke (psychische) begeleiding. Naast begeleiding moet je de oorzaak van het probleem op de werkplek zelf aanpakken. Check de RI&E op dit punt en pas deze waar nodig aan!

Risico: uitval, ziekteverzuim, burn-out, overspannenheid, verminderd functioneren
Functiegroep: eigenaar dierenartspraktijk, dierenartsen